Velen erkennen Jezus als profeet of leraar of religieus leider.
Directe aanspraken op Zijn Godheid:
- Wederom ondervroeg de hogepriester Hem en zeide tot Hem: Zijt gij de Christus, de Zoon van de Gezegende? En Jezus zeide: Ik ben het.[1] De hogepriester scheurde zijn klederen en zeide: Waartoe hebben wij nog getuigen nodig? Gij hebt de godslastering gehoord: wat is uw oordeel? En zij allen veroordeelden Hem als des doods schuldig. (
Marcus 14:61-64) - Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon. (
Mat. 27:43) - De Joden antwoordden... Hij heeft Zichzelf Gods Zoon gemaakt. (
Joh. 19:7)
- Ik en de Vader zijn één.[2] (zegt Jezus in
Johannes 10:30)
- Hierom dan trachtten de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij... God zij eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijkstelde. (
Johannes 5:18) - Jezus zeide tot hen... Ik zeg u: Eer Abraham was, ben ik.1 (
Johannes 8:58) - opdat allen de Zoon eren gelijk zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert
ook de Vader niet, die Hem gezonden heeft. (zegt Jezus in
Johannes 5:23)
- Jezus zeide... 'Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien' (
Johannes 14:9)
- ...onze grote God en Heiland, Christus Jezus, (
Titus 2:13)
- Tomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Here en mijn God! (Joh.20:28)
- En zij stenigden Stefanus, die de Here (lett. God) aanriep, zeggende: Here
Jezus, ontvang mijn geest. (
Handelingen 7:59)
[1] De woorden 'Ik Ben' die Jezus hier gebruikt mochten door niemand worden uitgesproken dan door God zelf. God had zich namelijk door die woorden aan Mozes bekendgemaakt bij de brandende braamstruik toen Mozes God naar Zijn Naam vroeg (Exodus 3:14). De Hebreeuwse woorden kennen geen klinkers. Ik Ben wordt geschreven JHWH. Sommigen maken daar JEHOWAH van en anderen JAHWEH.
[2] Eén in wezen, natuur, niet één en dezelfde persoon (Gr. hen, neut. en heis, mann. Zie ook: Drie-eenheid).
Indirecte aanspraken op Zijn Godheid:
- Hij was zonder zonde en alleen God is zonder zonde.[3]
- Hij vergaf anderen hun zonden en alleen God mag anderen hun zonden
vergeven. [4]
- Hij ontving aanbidding en alleen God mag aanbeden worden.[5]
- Hij zal de mensheid oordelen en alleen God zal oordelen.
- Hij wordt in zowel benaming als benadering, met God gelijkgesteld.[6]
- Hij maakt in gelijkenissen indirecte claims op Zijn goddelijkheid.[7]
[3] Het is verbazingwekkend hoe degenen die jaren met Jezus hebben opgetrokken en Hem door en door kenden, van zijn zondeloosheid getuigen. 'die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden' (1 Petrus 2:22) 'En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij de zonden zou wegnemen, en in Hem is geen zonde.' (1 Johannes 3:5)
[4] Markus 2:5-7; 'En daar Jezus hun geloof zag, zeide Hij tot de verlamde: Kind, uw zonden worden vergeven. 6 Nu waren daar enige van de schriftgeleerden gezeten en zij overlegden in hun harten: Wat spreekt deze aldus? Hij lastert God. Wie kan zonden vergeven dan God alleen?' Lukas 7:48-49 en 5: 21; 'En Hij zeide tot haar: Uw zonden zijn u vergeven. En die met Hem aan tafel waren, begonnen bij zichzelf te zeggen: Wie is deze, dat Hij zelfs de zonden vergeeft? En de schriftgeleerden en de Farizeeen begonnen te overleggen en zeiden: Wie is deze, die (zulke) godslasterlijke dingen zegt? Wie kan zonden vergeven dan God alleen?' [5] Exodus 20:3-5; 'Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben... Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen'. 'Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.' (Mat. 4:10) 'En zie, een melaatse kwam tot Hem en viel voor Hem neder (lett. aanbad Hem, Mat. 8:2)'. 'Hij zeide: Ik geloof, Here, en hij wierp zich voor Hem neder (Lett. aanbad Hem, Joh. 9:38)'. 'Die in het schip waren, vielen voor hem neder (Lett. aanbaden Hem) en zeiden: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon! (Mat. 14:33)'. [7] Craig L. Blomberg geeft een aantal samenvattende punten over de gelijkenissen in zijn boek Interpreting the Parables. Zijn derde punt: 'Het onderwijs van de gelijkenissen stelt Jezus' identiteit aan de orde. Wie is Diegene die, door Zijn onderwijs, er aanspraak op maakt zonden te kunkunnen vergeven, Gods zegen kan geven aan maatschappelijke buitenstaanders, en kan verklaren dat het uiteindelijke oordeel zal worden gebaseerd op hoe de mensen Hem zullen aannemen of verwerpen?' Zijn vierde punt. 'Jezus' gelijkenissen bevatten impliciete aanspraken op goddelijkheid. Jezus vereenzelvigt Zich met de gezagsfiguren uit Zijn gelijkenissen die duidelijk staan voor de God van de Hebreeuwse Schriften. Zijn toehoorders moeten besluiten deze aanspraken aan te nemen en Hem te aanbidden, of af te wijzen als misleidend en zelfs godslasterlijk. (IVP-uitgave Apollos, Leicester, England, 2e editie 1992 pag.326, 327).
Vals/waar keuze schema Josh McDowell:
Jezus beweert God te zijn (2 keuzemogelijkheden)
Beweringen zijn VALS Beweringen zijn WAAR
(2 mogelijkheden)
| | |
Hij wist dat zijn Hij wist niet dat Hij is HEER
beweringen VALS z'n beweringen
waren VALS waren 2 mogelijkheden:
| | | |
Hij misleidde bewust Hij was oprecht Je neemt Je wijst
| misleid het aan het af
| |
Hij was een leugenaar Hij was een
| krankzinnige
Hij was een hypochriet
|
Hij was een DWAAS, want
hij stierf ervoor.
De opstanding is een feit, het graf is leeg
Roger Forster geeft criteria waar ooggetuige verslagen en historische geschriften
aan moeten voldoen. Daar toetst hij de vijf schriftgedeelten aan die gaan over de
opstanding van Jezus [8]. Die gedeelten, geschreven in de jaren 15-50 na Christus,
voldoen aan de gestelde eisen. Deze verslagen getuigen van twee dingen. Ten
eerste het verdwijnen van het lichaam van Jezus uit het graf en ten tweede de
verschijning van de opgestane Jezus aan zijn volgelingen.
De historische betrouwbaarheid van de verslagen weerlegt dat de opstanding van
Jezus slechts een mythe zou zijn. Dat de discipelen het verkeerde graf voor
hadden, klopt niet met het getuigenis van de Romeinse wachters bij dat graf. De
suggestie dat het allemaal doorgestoken kaart van Jezus is geweest houdt geen
stand omdat de kruisiging wel een erg openlijke zaak was en dat Hij dan meerdere
Romeinse soldaten moet hebben omgekocht. Het lichaam gestolen? Door wie?
Grafschenners stelen geen lichaam en laten dan de kleren liggen. Niet door de
Joden of Romeinen omdat ze dat dan wel zouden hebben gezegd toen de verhalen
over een opgestane Jezus de ronde gingen doen [9]. Ook niet door de discipelen
omdat dan hun hele evangelie op een leugen zou berusten, iets wat niet bij hun
hoge moraal past en wat ze niet lang genoeg vol zouden houden om er zelfs voor
te willen sterven. Het grote aantal getuigen [10] , verspreid over een langere tijdsduur
en onder diverse omstandigheden weerlegt de gedachte met een hallucinatie of
massa-psychose te maken te hebben [11].
Van alle religieuze leiders is bekend dat ze zijn gestorven en begraven. Alleen Jezus' graf is leeg...
[11] In zijn boek Reason & Faith, Forster & Marston, Monarch publ. Sussex Eng. 1989. De gegevens zijn ontleend aan dit boek en Johs McDowell boek Evidence that demands a Verdict, Here's Life Publ. San Bernadino, USA, 34e druk 1991.
Ton Verdam