Transmenu powered by JoomlArt.com - Mambo Joomla Professional Templates Club

GemeentelevenArtikelenInteressantInformatieGastenboekZoeken

Populair
  • Samenwonen en trouwen
  • Strijd schema voor het Christen leven
  • Het Onze Vader
  • Communicatie tussen man en vrouw
  • De geheimen liggen op straat

Wat zou Jezus doen? PDF Afdrukken E-mail

Dienstbaarheid

Binnen de gemeente kennen we verschillende bedieningen en taken. De meeste Christenen weten dan wel wat er bedoeld wordt.
Elke zondag zijn er vele mensen bezig in de gemeente om de boel draaiend te houden, en er zijn er waarschijnlijk een heleboel die denken dat dit de dienstbaarheid is waar Jezus het over had.
Ook zijn er iedere keer weer mensen die niet komen opdagen voor een taak waarvoor zij zijn ingeroosterd. Op dat moment wordt pas duidelijk wat een échte dienstbare houding is.
Op dat moment moet namelijk iemand die niet is ingeroosterd, de taak gaan overnemen.
Wat je dan ziet is op zich wel een interessant proces. Het hoofd van de afdeling probeert dan meestal verschillende mensen te vragen de taak waar te nemen. Op dat moment komt er een heel scala van redenen waarom de gevraagde persoon écht niet kan die dag. Als alle mogelijke kandidaten dan gevraagd zijn, verdwijnt de verantwoordelijke zélf maar weer om als vervanging te dienen voor degene die niet kwam.
Wat gaat hier mis? We zullen het later ontdekken aan de hand van de rest van deze studie.

Wat is nu eigenlijk dienstbaarheid?

In de bijbel is er één persoon die het perfecte voorbeeld geeft aangaande dienstbaar zijn.
Die persoon heet uiteraard Jezus.
In het tweede hoofdstuk van de Fillipenzenbrief wordt hier het volgende over gezegd:

Fillipenzen 2:5-8
Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises.

Waar staat dat Jezus de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, kan dit eigenlijk ook vertaald worden met het woord “Slaaf”.
Denk hier eens over na. Jezus is voor ons als slaaf gekomen.
In die tijd was een dienstknecht al niet veel. Je was volkomen onderworpen aan je meester of heer, waarvoor je werkte. Maar, je werd er nog voor betaald, wat aangeeft dat je nog een keuze hebt om wel of niet te doen wat die heer van je vraagt.
Een slaaf, was volledig eigendom van zijn/haar eigenaar. Deze had dus niets in te brengen tegen zijn/haar meester. Ze hadden géén rechten. Ze dienden slechts hun meester.
Wie was de heer en meester van de slaaf Jezus?
Dat zijn wij! Hij diende de mensheid in de zelf gekozen rol van slaaf. Nu hebben wij natuurlijk geen zeggenschap over Jezus, maar het gaat hier om het begrip dienen.

Hoe moeten wij dan dienen?

Dezelfde Fillipenzen brief zegt hierover het volgende in hoofdstuk Fill 2:1-4 Indien er dan enig beroep (op u gedaan mag worden) in Christus, indien er enige bemoediging is der liefde, indien er enige gemeenschap is des geestes, indien er enige ontferming en barmhartigheid is, maakt (dan) mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven, zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder (lette) ook op dat van anderen.

Hoe is dit bij ons? Zijn wij volkomen eensgezind? Zijn wij zonder zelfzucht? Achten wij de ander uitnemender dan onszelf? Meestal niet.
Waar het hier bij ons meestal om draait is het woord “Status”. Wij willen vaak aanzien, en dus de taken en bedieningen vervullen waarmee we dat kunnen krijgen.
Als wij elkaar met respect zouden behandelen alsof de ander een hogere status zou hebben in het koninkrijk van God, dan pas kunnen we hen goed dienen.
Daarmee stel je jezelf namelijk onder die persoon, waadoor je de juiste houding aanneemt.
Een echte dienaar zorgt namelijk eerst voor anderen, en dan pas voor zichzelf. De kern ervan is je leven voor een ander te leven. Dat is het soort leven dat Jezus leidde, en daartoe zijn ook wij geroepen.

Hoe doen we dat dan?
Heel simpel. Doe wat nodig is voor een ander. Huil met ze. Knuffel ze. Lach met ze. Geef ze te eten. Maai hun gras. Help ze met klusjes in huis. Etc. etc.
Dienen betekent doen wat er maar nodig is om anderen te helpen hun problemen de baas te worden, en te groeien in kracht en geloof.
Het is net als met kinderen. Niemand is er gek op om luiers te verschonen. Maar toch doet iedereen het een tijd, omdat je weet dat er een moment komt dat het niet meer nodig is.
Je doet het uit liefde voor die baby, en uit de wetenschap dat die baby hulpbehoevend is.

Wij moeten onze naaste liefhebben, en als ze dus hulp nodig hebben, moeten wij hen die verlenen. Dit geldt uiteraard niet alleen voor gemeenteleden, maar ook of juist voor niet-gemeenteleden.
Alleen, net zoals bij de vereisten voor de benoeming van een ouderling, voorganger etc. geldt ook hier dat je éérst je eigen gezin op orde moet hebben. Nu zijn wij als gemeente óók een gezin. En dus moeten we er tenminste voor zorgen dat de dienende houding binnen de gemeente goed functioneert! Wanneer dit goed functioneert, dan wordt dit voor alle gemeenteleden vanzelf een levensstijl, wat ongemerkt ook doorwerkt naar zaken buiten de gemeente.
Op die manier wordt het dienstbaar zijn, ongedwongen, zonder een houding van “kijk eens hoe goed ik wel niet voor je ben”, zonder iedereen te vertellen dat je iemand helpt.
Helpen doe je zonder bijbedoelingen. Verwacht er niets voor terug. Geen geld, geen bedankjes, geen eer, geen status. Doe het omdat het nodig is, en omdat Jezus het ook zo zou doen.

Nu zal niet iedereen de talenten hebben om degenen die hulp nodig hebben, om de juiste manier te helpen. Daarom hebben we ook allemaal andere talenten, gaven gekregen.
Door die verschillende talenten, kunnen we ook alle dingen die gebeuren moeten verdelen onder elkaar, zodat niet alles door dezelfde mensen gedaan hoeft te worden.
Dus als er hulp nodig is die jezelf niet kan bieden, vraag dan zélf op een discrete manier aan een ander om te helpen hulp te bieden.

De gelijkenis van de talenten in Mattheus 25 toont aan dat de Meester er niet van houdt wanneer iemand zijn talenten niet gebruikt. De eerste twee knechten beloont hij op dezelfde manier, ongeacht het verschil in resultaat. Hij waardeert vooral hun trouw.
De derde knecht was bang voor de meester, en deed daarom niets. De meester nam daarom af wat hij had.
Hetzelfde gebeurt nu nog steeds. Sommige mensen gebruiken hun talenten niet, omdat ze bang zijn te falen, of omdat ze bang zijn voor wat de mensen er van zullen zeggen.
Wees niet zo! Op die manier zul je je talent verspelen. Jezus heeft ons allemaal iets gegeven, om elkaar mee te kunnen dienen, zodat we elkaar dus nodig hebben.
De één krijgt weliswaar meer talenten dan de ander, maar dat betekent niet dat de één of de ander méér of minder verantwoording heeft hetgeen dat hij/zij heeft, goed te gebruiken. Wees dus een goed rentmeester over wat je hebt.

Ook hierbij is het zaak geen wereldse gedachten te koesteren bij het gebruik van je talenten. Verwacht geen bijzondere beloning voor het gebruik van je talenten. Immers de eerste twee knechten in de gelijkenis kregen dezelfde beloning, ondanks het verschil in resultaat!
Het belonen in het koninkrijk van God is anders dan in de wereld. God beloont trouw, volharding en inzet, maar alleen als het met de juiste houding gebeurt. Zet je in om anderen te helpen, en om het koninkrijk van God te verhogen. Niet om roem, eer en status te verkrijgen.
Weet van wie je je talenten hebt ontvangen, en wie je helpt. Zelf kunnen wij immers niets. Het is God die dóór ons heen werkt, en Hem komt dus de lof en eer toe van de werken.
God op zijn beurt beloont ons om onze trouw, niet om ons werk.

Kortom alles komt dus neer op de HOUDING waarmee je dient. De juiste houding is de houding die Jezus had bij het dienen. De houding die je hebt in deze kan je aflezen aan de manier waarop je omgaat met zaken als emoties zoals boosheid, angst, ambitie en zelfzucht. De vrucht van de Geest – liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (Galaten 5:22)- vormt het karakter dat overeenkomt met het karakter van Jezus.
Worden als Jezus kan je nooit zonder de hulp van Jezus. God helpt ons daarbij, en daarom zijn wij hiervoor van Hem afhankelijk. Daarom heten bovenstaande zaken ook de vruchten van de Geest. Het is immers Zijn karakter dat in ons doorwerkt, wanneer wij aan Hem zijn toegewijd.
Heel vaak zijn wij als christen te veel gericht op de gaven, en niet op het karakter van de mens. De gaven/talenten die wij hebben worden of versterkt, of verzwakt door ons karakter.
Kijk maar naar het verschil in resultaten van de knechten in de gelijkenis van de talenten.
Het karakter van de mens is een proces dat steeds in ontwikkeling blijft. Daarom kunnen de gaven van de geest ook nooit boven de vruchten van de geest gesteld worden, omdat de mate van vrucht van de geest het succes van de gaven van de geest(talenten) bepaald.
Een belangrijk kenmerk van een vrucht is dat deze groeit. Ze bereiken hun rijpheid door een proces van ontwikkeling. Dit proces kan je niet of nauwelijks versnellen, en heeft dan ook gewoon de tijd nodig. Echter, met de juiste behandeling en houding ZAL het groeien.
Dus ook iemand die maar weinig talent heeft, zal de vrucht ervan zijn groeien, als je het maar gebruikt! Ook iemand met veel talent, kan dus niet meteen zeggen dat hij of zij volledige christelijke rijpheid heeft bereikt. Immers ook zijn of haar vrucht zal moeten groeien!
En aan de de vrucht herkent men de “rijpheid” ofwel de christelijke volwassenheid.
Vergeet bij dit alles niet dat degenen met veel talent dit alleen maar heeft gekregen om de ander te dienen. Hij of zij verdient daarmee niet meer of minder aanzien of zo.
Om weer terug te komen bij de baby met de vieze luier. Het is zo dat ook deze baby zal opgroeien, en op zijn beurt weer luiers zal verschonen van zijn/haar baby. Hij/zij groeit dus op naar volwassenheid om degenen die hulp behoeven weer te kunnen dienen.
Zo is hoort het ook in de gemeente te zijn.

Wat zijn dan kenmerken van een volwassen Christen/dienaar?


Een volwassen christen is een dienaar. Hij doet niets uit zelfzucht. Hij begrijpt dat het kenmerk van een dienaar is dat hij onderworpen is aan Gods wil. Hij doet dingen niet vóór God, nee, hij doet ze onder God. En hij verwacht niets terug voor zijn dienen. Als mensen hem teleurstellen ( en dat zullen ze zeker doen), zal de dienaar van God opstaan, zich naar God keren, Hem prijzen voor Zijn genade en vragen wat zijn volgende opdracht is.

Een volwassen Christen rekent voor Gods aangezicht af met zijn zonden. Zoals Paulus zei: ‘Daarom doe ik mijn best om voor God en de mensen altijd een zuiver geweten te houden’ (Hand. 24:16). Berouw vereist nederigheid tegenover God en ten opzichte van broeders en zusters, die we verkeerd behandeld hebben. Hij moet ook weten hoe hij vergeving van God kan ontvangen. Het gevolg is een rein geweten, een juist zelfbeeld en nederigheid. Daarom onderscheidt een volwassen christen zich door rechtvaardigheid en door gedrag dat zelfs de schijn van onrecht vermijdt.

Een volwassen Christen is open en eerlijk in zijn omgang met broeders en zusters. Hij is in staat openhartig met anderen te zijn, te delen wat God doet in zijn leven en niet bang om te falen of zwakheid toe te geven.

Een volwassen Christen brengt zijn persoonlijke moeilijkheden bij God. In plaats van weg te rennen van pijnlijke situaties of persoonlijke nederlagen en zwakheden, ziet hij ze eerlijk onder ogen, brengt hij ze bij de Heer en vraagt om Zijn hulp. Als je de moeilijkheden eerlijk tegemoettreedt, zullen ze vaak veranderen in overwinning. In elk geval zal God ze gebruiken om het karakter van de Christen verder te ontwikkelen.

Een volwassen Christen is royaal. Hij is royaal met zijn tijd en geld omdat hij rentmeester is en weet dat niets zijn eigendom is maar dat hij verantwoording schuldig is aan God voor de bezittingen die hem zijn toevertrouwd. Hij is dus vrij om zijn rijkdommen te delen en niet bezorgd voor zijn persoonlijke levensbehoeften omdat hij weet dat God zal voorzien.

Een volwassen Christen onderwijst anderen hoe ze een godsvruchtig leven kunnen leiden. Dit betekent niet dat hij een voorganger of zondagsschoolleider is, maar dat de manier waarop hij leeft en zijn vertrouwdheid met de waarheid van de Schrift anderen overtuigd van het Evangelie. Hij is altijd bereid om met anderen over Jezus Christus te praten, in het bijzonder met de verlorenen.

Een volwassen Christen kan op een goede manier zijn verantwoordelijkheden aan. Als vader zorgt hij goed voor zijn gezin. Op zijn werk is hij betrouwbaar, eerlijk, en hardwerkend. In de kerk is zijn woord als een rots, een woord waar iedereen vertrouwen in heeft.

Een volwassen Christen weet te gehoorzamen. Dit lijkt zo gemakkelijk, zo duidelijk, maar het wordt maar zelden onder Christenen gezien tegenwoordig. Velen die God willen gehoorzamen, kunnen geen aanwijzingen aanvaarden van broeders en zusters die God boven hen geplaatst heeft. De volwassen Christen wordt niet bedreigd door van God gegeven autoriteit, want hij is onderworpen aan Christus, en veilig onder Hem.

Een volwassen Christen heeft een goede relatie met zijn broeders en zusters. Hij weet hoe hij hen kan bemoedigen en corrigeren, hij weet hoe hij moet herstellen wat verkeerd gegaan is en hoe hij relaties moet opbouwen die blijvend zijn. Hij wordt gekenmerkt door trouw aan broeders en zusters en is altijd op zoek naar het beste voor hen. Zijn tong heeft hij onder controle. Hij zorgt ervoor laster en roddel te vermijden. Het handhaven van de eenheid in het lichaam van Christus is één van zijn hoogste prioriteiten.

Een volwassen Christen heeft zijn persoonlijk geestelijk leven goed op orde. Hij heeft een geregeld gebedsleven, kent de Schrift, is vrij in het aanbidden van God. Samengevat: hij heeft een open, dagelijkse relatie met de Vader, aan wie hij ieder gebied van zijn leven onderwerpt.

Nu we dit alles gehoord hebben. Wat ging er mis in het voorbeeld van het begin?

 

Aktiviteiten
  • Eredienst in het Baken
    mei 20, 2012 (10:00 - 12:00)
  • Eredienst in het Baken
    mei 27, 2012 (10:00 - 12:00)
  • Eredienst in het Baken
    juni 03, 2012 (10:00 - 12:00)
  • Eredienst in het Baken
    juni 10, 2012 (10:00 - 12:00)
  • Eredienst in het Baken
    juni 17, 2012 (10:00 - 12:00)
>>> kalender